The People’s Republic of Europe is a Rhythmic Noise / Progressive Doomcore band from the Netherlands. They have been releasing albums for more than decade, and their newest offering, The Wall of Fire, combines elements of Dubstep with Harsh Rhythmic Noise, Hard Trance, and Drum and Bass to produce a heavily distorted, grindy, abrasive album that is still quite danceable. This description may sound negative, but I can assure you that it should not be taken that way. The elements I described are all positive aspects of a good Rhythmic Noise album. I have a friend who once told me that a good Noise album should sound like it’s being played through blown-out speakers.

The album opens up with “Debt Slaves,” a grindy, droney track that, in true Noise form, makes you wonder if what you’re hearing is the song itself, or if your computer has frozen up and the track is just skipping over and over. Next is “Smell of Sulphur,” which is more rhythmic than the first track, with thumping bass, industrial sound effects, and a definite Dubstep influence. “Labor Day 1.0” follows in a similar vein with heavy bass, but this one is definitely noisier, with more grindy, heavily distorted sounds that made my speakers sound like they were about to explode.

“Scapism” is very Rhythmic Noise with heavily distorted sounds, more heavy bass, and an almost fuzzy tone, along with elements of Hard Trance and Drum and Bass. Next up is “Call Hax,” which starts off with elements of Hard Trance and moves into distorted Drum and Bass with electronic sound effects and a Dubstep influence. “Powersurge” follows, opening with heavy bass and tinny electronic effects. The effects move into a more melodic range of sequencer effects, with other intertwining melodies, and occasional female vocals. I would say this is probably the least abrasive track on the album.

“Labor Day 2.0” starts out heavy, distorted, and grindy. This song is thick all the way though, with lots of heavy distortion and scraping electronic sounds. It’s absolute, unapologetic noise. “Stainless Steel” follows with heavy distortion, rhythmic sequencer beats and thick, harsh electronic sounds. This track has elements of Hard Trance as well, but the overall sound is noise. “Workforce” features droning beats, fuzzy distortion and something that sounds like a distorted buzz saw. The album closes with “Like It Raw,” which has industrial factory-esque sounds with other melodies woven in throughout. There’s even a soft synth melody that occurs throughout the song, and although you might think such a melody would be out of place here, it actually works quite well.

I found The Wall of Fire to be quite enjoyable; it had a lot of different musical styles coming together to make a great Rhythmic Noise album. The effects ranged from raw to distorted electronic sounds, to unrelenting bass that made the counter my computer was on vibrate heartily with each beat. If you like Noise, this album is definitely for you. Listening to it makes you feel like you could be passing through a wall of fire, with your ears being burned and singed by each unrelenting track.


Coma online

Het houdt niet op, niet vanzelf. In ieder geval niet als het we het hebben over de kans op gehoorschade door dansfeesten, want die neem je dankzij The Peoples Republic of Europe (kortweg TPROE) gewoon mee naar huis. The Wall Of Fire luidt de titel van het werk waarmee de herrieschoppers hun regeerperiode in de donkerste uithoek van de industrial willen verlengen en dat binnen een half jaar na hun vorige powernoise-release. Het woord “uithoek” is overigens geen understatement. Het zware fabricaat van The Peoples Republic Of Europe is zo underground als maar kan. Laat de gemiddelde popliefhebber hiermee gewaarschuwd zijn.

Alles moet kapot. Dat is het gevoel dat TPROE van het begin af aan bij de toehoorder naar binnen beukt. Debt Slaves start op met machinale klanken en barst los met een stabiele technobeat. Het zijn echter de kleine dingen op de achtergrond die het karakter bepalen van deze onheilspellende muziek. Een souvenir uit het dark ambient genre, waar TPROE met hun Cumulonimbus-reeks ook thuis in is. Subtiel geschal uit de verte maakt van Dept Slaves een ritje door een metrotunnel - op het dak van het voertuig welteverstaan.

TPROE laat zich beïnvloeden door verschillende elektronische stijlen. Op Smell Of Sulphur spelen ze met verschillende ritmes en slaan ze een brug tussen hun zware techno en vroege dubstep. Het is geen eenmalig uitstapje; op Call Hax voert het slepende dubstep-ritme zelfs de boventoon. De nummers van TPROE zijn over het algemeen heel recht voor hun raap. Hoewel de mysterieuze geluiden op de achtergrond duiden op een gevoel voor atmosfeer, is er vrijwel geen spoortje melodieus drama te vinden op dit album. Het werk is dan ook geen poging om een nieuwe Bohemian Rhapsody te maken, maar om wereldwijd de clubs af te breken. Dat is waar de mannen het over hebben en dat is waar we de doelgroep vinden. Verder zijn nummers als Stainless Steel en Workforce heerlijk als je “toevallig” met je monstertruck in de file komt te staan.

Het is voor de meesten niet aan te raden om de dagelijkse hitradio spontaan in te wisselen voor The Wall Of Fire. De mainstream luisteraar zou kotsend en stuipentrekkend uit de kamer komen rollen. Nee, TPROE maakt al meer dan een decennium muziek voor de wat meer gevorderde clubganger. Hun sound - ruis inbegrepen- is rauw, oprecht en predikt vernietiging.

Popunie.